Lapland: Tips om het noorderlicht te zien

De app toont zes en er zijn geen wolken. Let’s go! De websites en smartphone apps geven goede voorspellingen en een grote kans om het noorderlicht in Lapland te zien. Als bezeten wildebrassen crossen we richting onze huurwagen, camera’s in de rugzak en snowboots half open. Welke plek kiezen we? Gaan we er vanuit dat het even blijft duren? Wie heeft Justin Bieber opgelegd? Na een half uur rijden schuiven we de auto langszij en lopen we een bevroren meer op. Boven ons hoofd speelt moeder natuurs mooiste laatavondshow, de aurora borealis danst tegen de sterren op.

Bucketlist materiaal, dat is het noorderlicht in Lapland sowieso. Geen wonder dat zoveel mensen richting Lapland trekken om er het spektakel te gaan zien. Maar al die botsende lichtdeeltjes zijn zo wispelturig als een hongerige puber, dus vertrek je best met de nodige kennis. Je hebt wat geluk nodig, maar met deze tips die reisblogger Niel ons meegaf, kan je die chance al een beetje afdwingen.

  • Welke landen?

Vanuit je zetel in België is de kans op noorderlicht wel heel klein, dus trek er maar op uit. Van zodra je boven de Poolcirkel zit, maak je al wat kans. Noorwegen, IJsland, Canada, Groenland, Rusland en in ons geval dus Fins Lapland. Te voet van Brussel naar Kittilä doe je er 524 uur over, maar op drie uur vliegen lukt het ook alvast. TUI to the rescue!

  • Welke periode?

Om het licht te kunnen zien, moet het donker zijn. Duuuh. Of toch niet zo evident? Helemaal niet, want in de zomer gaat de zon amper onder in het noorden. Om iets van aurora te spotten, reis je best tussen eind september en eind maart af, maar statistisch gezien heb je meeste kans van december tot eind februari.

  • Wanneer gaan zien?

There’s an app for that. En websites. Die geven met een cijfer de kracht van het noorderlicht aan. In Fins Lapland maak je bijvoorbeeld kans op spektakel vanaf 3KP. Maar laat je er ook niet te veel door leiden. Heb je een open hemel, zie je veel sterren, trek dan je schoenen aan en ga naar buiten. Maar haast je wat, want het noorderlicht in Lapland heeft een eigen willetje.

  • Waar gaan zien?

Je hebt vooral duister nodig, dus probeer zo ver mogelijk van een stad of dorp te zitten. Lichtvervuiling verpest alles. Zorg dat je open hemel hebt, dus ga niet midden in een bos gaan staan, de rest maakt eigenlijk weinig uit. Vanop een berg, in het midden van een bevroren meer, vanuit een plooistoel op het dak van je wagen, laat je maar eens gaan.

  • Wat aandoen?

Lapland is frisjes. Je zit al snel aan twintig graden onder nul en met wat geluk staat daar nog eens een snijdende wind op. Kleed je dus goed aan voor je eropuit trekt. Laagjes zijn je vrienden. Een ademende, thermische eerste laag, daar nog wat tussen en de buitenste laag best waterdicht. Want ja, sneeuw en zo. Vergeet je handschoenen en muts niet en zorg dat je stevige, waterdichte schoenen hebt. Decathlon biedt veel prijsvriendelijk materiaal trouwens. Ah en een thermos koffie of soep! Maagvuller en warmwaterkruik tegelijk. Eenmaal terug in je hotel kan je jezelf als een durum in je dekens rollen.

  • Hoe fotograferen?

Je hoeft alvast geen peperduur materiaal mee te sleuren om dat groene schouwspel vast te leggen, maar met een smartphone zal het ook moeilijk worden. Zorg dat je op voorhand al weet hoe je camera werkt zodat je ter plaatse geen tijd meer verdoet. Noorderlicht komt even snel als ze gaat. Zet je diafragma zo laag mogelijk en neem een langere sluitertijd. Een statief is dus een must. Begin met dertig seconden en bouw af. Verander je instellingen ook wat om het beste resultaat te vinden. ISO 400 moet lukken. Hou er ook rekening mee dat je batterijen sneller leeglopen door de kou.

  • Wat als er geen noorderlicht is?

Geen paniek, er is genoeg te zien en te doen in Fins Lapland. Met de hondenslee op pad, skipistes, lekker eten, snowscooters, de Kerstman bezoeken, rendieren spotten, roadtrippen, langlaufen, ijsvissen, … Je vindt wel iets.

Gerelateerde verhalen